Schenking ouders ad € 72.000,- wordt op grond van beleggingsleer € 117.818,-
Een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland d.d. 12 april 2022 (gepubliceerd 19 april 2022), ECLI:NL:RBNHO:2022:3203
Partijen zijn op 18 februari 2011 bij de ouders van de man een lening van € 72.000,- aangegaan ten behoeve van de aankoop van een woning van € 275.000,-. Dit heet een eigenwoningschuld. Tijdens het geregistreerd partnerschap van partijen heeft de man van zijn ouders een schenking ontvangen, voorzien van een uitsluitingsclausule, van € 72.000,- door middel van kwijtschelding van de eigenwoningschuld. Als partijen uit elkaar gaan, is de woning € 450.000,- waard.
In de procedure die gaat over de (gevolgen van de) ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen stelt de man dat hij een vordering heeft op de gemeenschap en dat op deze vordering de beleggingsleer van artikel 1:87 lid 2 sub a BW van toepassing is, zodat hij een vergoedingsrecht heeft van € 72.000,- / € 275.000,- * € 450.000,- = € 117.818,-.
De vrouw betwist dit. Zij stelt dat partijen conform de geldleningsovereenkomst ieder voor de helft aansprakelijk zijn voor de schuld zodat de schenking van de ouders van de man door middel van de kwijtschelding van de eigenwoningschuld van partijen, ook ziet op het gedeelte van de schuld van de vrouw. Bovendien hebben partijen deze schenking grotendeels belastingvrij kunnen ontvangen omdat de vrouw nog geen 40 jaar was ten tijde van de schenking. De uitsluitingsclausule is hiermee volgens de vrouw buitenspel gezet.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:87 BW de echtgenoot die uit privévermogen de aanschaf van een gemeenschappelijk goed (deels) heeft gefinancierd, recht heeft op vergoeding van de inleg en naar rato van de inleg meedeelt in de waardestijging van het gemeenschappelijke goed (de beleggingsleer).
Naar het oordeel van de rechtbank doet het feit dat de schenking is gedaan in de vorm van een kwijtschelding van een eigenwoningschuld van partijen gezamenlijk, niet af aan de werking van de uitsluitingsclausule. Er is namelijk geen wezenlijk verschil tussen een schenking onder uitsluiting in de vorm van een kwijtschelding en het storten van een bedrag van gelijke omvang op de rekening van de man, waarmee de man vervolgens de gemeenschapsschuld zou aflossen. Ook het feit dat de man de schenking belastingvrij kon ontvangen doordat de vrouw, in tegenstelling tot de man, nog niet de leeftijd van 40 jaar had bereikt ten tijde van de schenking doet niet af aan de werking van de uitsluitingsclausule. Door de schenking van de ouders van de man is er privévermogen van de man ontstaan dat is aangewend om een gemeenschapsschuld te voldoen. Hierdoor is een vergoedingsrecht ontstaan van de man waarop de beleggingsleer van toepassing is. De man komt zodoende een vergoedingsrecht op de gemeenschap toe van: € 72.000,- (de schenking) / € 275.000,- (de aanschafwaarde van de woning) * € 450.000,- (de taxatiewaarde van de woning) = € 117.818,00,-.