Nieuwsflits

10 november 2022

Wettelijke indexing alimentatie 2023 bekend

Elk jaar verhoogt de overheid de alimentatiebedragen met een bepaald percentage. Dit heet indexering van alimentatie. In 2023 is het indexeringspercentage 3,4%. 

 
Dat betekent dat zowel de kinder- als de partneralimentatie met ingang van 1 januari 2023 met 3,4% omhoog gaan. U dient er zelf voor te zorgen dat het nieuwe bedrag betaald wordt. Doet uw ex-partner dit niet, wijs hem of haar er dan op door een e-mail of een berichtje te sturen.
11 oktober 2022

Gezagsbeëindigende maatregel vernietigd door Gerechtshof

GERECHTSHOF DEN HAAG 07-09-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1769

Een mooie uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op 7 september 2022: het Gerechtshof acht de door de rechtbank in haar beschikking van 18 november 2021 (C/09/616929 FA RK 21-5729) opgelegde gezagsbeëindigende maatregel niet in het belang van de kinderen noodzakelijk en vernietigt deze, ondanks het feit dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het Gerechtshof heeft hiermee de belangen van de kinderen vooropgesteld en dat is iets wat in het jeugdrecht helaas lang niet altijd gebeurt.

Artikel 1:266 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de rechter het gezag van een ouder kan beëindigen indien:

  • een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of;
  • de ouder het gezag misbruikt.

In deze zaak staat niet ter discussie dat de kinderen zodanig opgroeien dat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De kinderen zijn in het gezin van de moeder geconfronteerd met ingrijpende gebeurtenissen, waaronder een herseninfarct van de moeder en het veelvuldig verhuizen van het gezin. Bij de kinderen is sprake van problematiek op verschillende vlakken, waaronder crimineel gedrag en schoolverzuim. Het voorgaande maakt dat de kinderen behoefte hebben aan een bovengemiddeld opvoedklimaat, waarvan duidelijk is dat de moeder niet in staat is om dit binnen aanvaardbare termijn te bieden. De kinderen zijn sinds eind 2017 uithuisgeplaatst en de moeder heeft niet langer een thuisplaatsing tot doel.

Het Gerechtshof is van oordeel dat in dit concrete geval de beëindiging van het gezag niet in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De moeder is, ondanks haar handicap en mede daaruit voortvloeiende onmacht om de verzorging en opvoeding van de kinderen blijvend vorm te kunnen geven, altijd een centrale rol blijven spelen in het dagelijks leven van de kinderen. Zij was feitelijk ook zelfs de enige stabiele factor in het leven van de kinderen, die de afgelopen jaren te maken hebben gehad met meerdere uithuisplaatsingen op verschillende plekken. Door de uitgebreide omgangsregeling, die goed verloopt, is er intensief contact tussen de moeder en de kinderen en is de moeder goed op de hoogte van al hun ontwikkelingen. De kinderen hechten er allen zwaar aan en hebben uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat het heel belangrijk voor hen is dat hun moeder door de uitoefening van haar gezag haar centrale rol bij hun dagelijks leven in volle omvang kan behouden. Gelet op de leeftijd van de kinderen (die zijn geboren in 2004, 2007 en 2008) en de wijze waarop zij hun gedachten en gevoelens hierover hebben verwoord, acht het Gerechtshof deze behoefte van extra groot gewicht. Verder is gebleken dat de moeder altijd zeer betrokken is geweest bij beslissingen over de kinderen. Het contact en de samenwerking met de hulpverlening, de gecertificeerde instelling en het gezinshuis verlopen goed. Niet is gebleken dat de moeder beslissingen frustreerde. Het Gerechtshof meent (net als de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling) dat de kinderen er belang bij hebben om duidelijkheid te hebben over de plek waar zij hun verdere jeugd zullen opgroeien. Anders dan de Raad voor de Kinderbescherming is het Gerechtshof evenwel van oordeel dat uit het kindgesprek en het verhandelde ter zitting is gebleken dat die duidelijkheid er voor hen is. Waar de moeder en de kinderen in het verleden nog aanstuurden op hereniging, staat het terugkeren naar het huis van de moeder thans niet meer ter discussie. Dat betekent dat de maatregel van beëindiging van het gezag van de moeder in dit geval niet noodzakelijk is.

Het Gerechtshof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek om een gezagsbeëindigende maatregel alsnog af. Het gezag van de moeder herleeft hiermee.

31 mei 2022

Partneralimentatie, hoe zit dat nou?

Sinds de invoering van de Wet Herziening Partneralimentatie op 1 januari 2020 is de maximale partneralimentatieduur verlaagd van twaalf naar vijf jaar. Op grond van artikel 1:157 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is de hoofdregel nu dat de alimentatieduur in beginsel de helft van de duur van het huwelijk bedraagt, met een maximum van vijf jaar. De duur van het huwelijk wordt berekend vanaf de datum van het huwelijk tot de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank.

Op deze hoofdregel zijn drie uitzonderingen:

  1. Indien op het tijdstip van indiening van het echtscheidingsverzoek de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaar en de alimentatiegerechtigde (degene die recht heeft op een uitkering tot levensonderhoud) binnen tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd (artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet) bereikt, eindigt de alimentatieverplichting pas wanneer de alimentatiegerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; (artikel 1:157 lid 2 BW)
  2. Indien op het tijdstip van indiening van het echtscheidingsverzoek de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaar en de alimentatiegerechtigde geboren is op of voor 1 januari 1970 en diens leeftijd meer dan tien jaar lager is dan de pensioengerechtigde leeftijd, eindigt de alimentatieverplichting na tien jaar; (artikel 1:157 lid 3 BW)
  3. De alimentatieverplichting eindigt niet eerder dan op het tijdstip waarop de uit het huwelijk geboren kinderen de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt. (artikel 1:157 lid 4 BW)

Bij samenloop van de hierboven genoemde uitzonderingen geldt de langste termijn.

Tot slot is in artikel 1:157 lid 7 BW een hardheidsclausule opgenomen, waardoor in schrijnende situaties de alimentatietermijn kan worden verlengd. Het gaat dan om situaties waarin, gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de alimentatiegerechtigde kan worden gevergd dat hij of zij weer in het eigen levensonderhoud kan voorzien na ommekomst van de alimentatietermijn. Het verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule dient te worden ingediend vóórdat drie maanden sinds de beëindiging van de partneralimentatie zijn verstreken.

De rechter bepaalt of verlenging van de termijn al dan niet mogelijk is en zal met deze mogelijkheid zeer terughoudend omgaan. In de parlementaire stukken worden de volgende voorbeelden genoemd van schrijdende gevallen:

  • het in onvoldoende mate kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt door tijdens het huwelijk ontstane gezondheidsproblemen van de alimentatiegerechtigde of de zorg voor een gehandicapt kind;
  • de alimentatiegerechtigde die de zorg draagt voor een gehandicapt of ernstig ziek kind, of die langdurig en intensief belast is met mantelzorg voor andere familieleden;
  • de alimentatiegerechtigde die aantoonbaar aan de alimentatieplichtige heeft verzocht om zorgtaken voor de kinderen over te nemen en waarbij dit geweigerd is;
  • de alimentatiegerechtigde die voor of tijdens het huwelijk arbeidsongeschikt of ziek is geworden, waardoor hij of zij in de voor hem of haar geldende alimentatietermijn geen economische zelfstandigheid heeft kunnen bereiken.

Twijfel je over jouw situatie? Neem gerust contact met ons op. Vrijblijvend, uiteraard. 

25 april 2022

Schenking ouders ad € 72.000,- wordt op grond van beleggingsleer € 117.818,-

Een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland d.d. 12 april 2022 (gepubliceerd 19 april 2022), ECLI:NL:RBNHO:2022:3203

Partijen zijn op 18 februari 2011 bij de ouders van de man een lening van € 72.000,- aangegaan ten behoeve van de aankoop van een woning van € 275.000,-. Dit heet een eigenwoningschuld. Tijdens het geregistreerd partnerschap van partijen heeft de man van zijn ouders een schenking ontvangen, voorzien van een uitsluitingsclausule, van € 72.000,- door middel van kwijtschelding van de eigenwoningschuld. Als partijen uit elkaar gaan, is de woning € 450.000,- waard.

In de procedure die gaat over de (gevolgen van de) ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen stelt de man dat hij een vordering heeft op de gemeenschap en dat op deze vordering de beleggingsleer van artikel 1:87 lid 2 sub a BW van toepassing is, zodat hij een vergoedingsrecht heeft van € 72.000,- / € 275.000,- * € 450.000,- = € 117.818,-. 

De vrouw betwist dit. Zij stelt dat partijen conform de geldleningsovereenkomst ieder voor de helft aansprakelijk zijn voor de schuld zodat de schenking van de ouders van de man door middel van de kwijtschelding van de eigenwoningschuld van partijen, ook ziet op het gedeelte van de schuld van de vrouw. Bovendien hebben partijen deze schenking grotendeels belastingvrij kunnen ontvangen omdat de vrouw nog geen 40 jaar was ten tijde van de schenking. De uitsluitingsclausule is hiermee volgens de vrouw buitenspel gezet.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:87 BW de echtgenoot die uit privévermogen de aanschaf van een gemeenschappelijk goed (deels) heeft gefinancierd, recht heeft op vergoeding van de inleg en naar rato van de inleg meedeelt in de waardestijging van het gemeenschappelijke goed (de beleggingsleer).

Naar het oordeel van de rechtbank doet het feit dat de schenking is gedaan in de vorm van een kwijtschelding van een eigenwoningschuld van partijen gezamenlijk, niet af aan de werking van de uitsluitingsclausule. Er is namelijk geen wezenlijk verschil tussen een schenking onder uitsluiting in de vorm van een kwijtschelding en het storten van een bedrag van gelijke omvang op de rekening van de man, waarmee de man vervolgens de gemeenschapsschuld zou aflossen. Ook het feit dat de man de schenking belastingvrij kon ontvangen doordat de vrouw, in tegenstelling tot de man, nog niet de leeftijd van 40 jaar had bereikt ten tijde van de schenking doet niet af aan de werking van de uitsluitingsclausule. Door de schenking van de ouders van de man is er privévermogen van de man ontstaan dat is aangewend om een gemeenschapsschuld te voldoen. Hierdoor is een vergoedingsrecht ontstaan van de man waarop de beleggingsleer van toepassing is. De man komt zodoende een vergoedingsrecht op de gemeenschap toe van: € 72.000,- (de schenking) / € 275.000,- (de aanschafwaarde van de woning) * € 450.000,- (de taxatiewaarde van de woning) = € 117.818,00,-.

21 april 2022

Arbeidsrecht, loonvordering over inlogtijd

Inlogtijd.

Werknemer vordert betaling van achterstallig loon. De werknemer in kwestie diende 10 minuten voorafgaand aan zijn dienst aanwezig te zijn. In deze 10 minuten moest de werknemer inloggen zodat hij stipt om 09.00 uur zijn eerste call kon aannemen.

De kantonrechter heeft besloten dat het achterstallige loon door de werkgever aan de werknemer moet worden uitbetaald omdat aan de 3 gestelde voorwaarden is voldaan, deze voorwaarden zijn als volgt:

1. Gelden er instructies gedurende deze 10 minuten?

2. Gaat het om voorbereidende werkzaamheden?

3. Wordt de werknemer hiertoe verplicht?

In deze zaak werd aan al deze voorwaarden voldaan en kreeg de werknemer zijn loonvordering toegewezen. Als je vragen hebt over dit onderwerp neem dan gerust contact op met Marieke Simons van Smeulders & Simons Advocaten: 0162-700526 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

05 april 2022

Ruzie over de vaccinatie(s) van je kind, hoe pak je dat aan?

Kinderen worden regelmatig opgeroepen voor een vaccinatie. Denk bijvoorbeeld de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie, de BMR-prik en de vaccinatie tegen HPV (veroorzaker van baarmoederhalskanker) die aangeboden worden in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Inmiddels kun je je kinderen tussen 5 en 17 jaar oud ook laten inenten tegen COVID-19. Maar wat als jij en je ex-partner van mening verschillen over deze vaccinatie(s)? Hoe ga je daarmee om? Wie bepaalt of je kind zich mag laten vaccineren? En heeft je kind daar zelf nog iets over te zeggen?

Het wel of niet laten vaccineren van kinderen is een actueel onderwerp, mede door de Corona-pandemie. In deze blog leg ik uit hoe het zit, afhankelijk van de leeftijd van je kind.

Jonger dan 12 jaar

Voor het vaccineren van kinderen jonger dan 12 jaar, is op grond van artikel 7:450 BW toestemming van beide ouders nodig. Dit is slechts anders wanneer een van beide ouders alleen het gezag over het kind alleen uitoefent. Ook wanneer het kind zelf nadrukkelijk aangeeft wél gevaccineerd te willen worden, is het niet toegestaan de vaccinatie te geven als één van de gezaghebbende ouders niet akkoord gaat.

In sommige gevallen kan de arts een beroep doen op de algemene uitzondering van goed hulpverlenerschap, welke uitzondering de arts ruimte biedt om ondanks het ontbreken van volledige toestemming toch te handelen. Dit geldt echter alleen als de arts door de vaccinatie te weigeren niet de hulp van een goed hulpverlener zou betrachten en als het dus medisch onverantwoord is om de vaccinatie niet te geven. Dit is een uitzonderlijke situatie die zéér weinig voorkomt.

Wat kun je als ouder doen als de andere ouder zijn of haar toestemming voor een vaccinatie weigert? Dan kun je op grond van artikel 1:253a BW de rechter verzoeken om vervangende toestemming te verlenen tot het geven van de vaccinatie. Wil je weten of jouw verzoek kans van slagen heeft, neem gerust contact met ons op zodat we de situatie kunnen bespreken.

12 tot en met 15 jaar oud

Is je kind tussen de 12 en 15 jaar oud, dan dienen zowel het kind als de gezaghebbende ouder(s) toestemming te geven voor de vaccinatie. Als het zo is dat je kind zich graag wil laten vaccineren maar dat een (van de) ouder(s) geen toestemming geeft (geven), dan kan je kind op grond van artikel 7:450 lid 2 BW alsnog gevaccineerd worden:

  • Indien vaccinatie nodig is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen; of
  • Indien het kind zelf de vaccinatie weloverwogen blijft wensen, ondanks dat zijn ouder(s) toestemming weigert (weigeren).

Het is dus mogelijk om je kind te laten vaccineren met beperkte toestemming. Wanneer je kind heel bewust ervoor kiest om zich wél te laten vaccineren, is vaccinatie mogelijk. Ook al is één of zijn beide ouders het hier mee oneens. 

16 of 17 jaar oud

Is je kind 16 of 17 jaar oud, dan mag je kind volledig zelf beslissen of hij of zij zich wil laten vaccineren. Kinderen van deze leeftijd mogen op grond van artikel 7:447 BW namelijk zelf een medische behandelovereenkomst sluiten. Dit geldt dus ook voor alle vaccinaties, waaronder het COVID-19-vaccin. Het is echter wel belangrijk om met je kind het gesprek gaan te gaan en na te gaan of hij of zij weet wat het vaccineren inhoudt. Je bent er als ouder namelijk wel verantwoordelijk voor dat je (nog altijd minderjarige) kind een weloverwogen keuze gaat maken.

Heb je vragen? Of wil je jouw situatie aan ons voorleggen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op via 0162-700526 of vul het contactformulier op onze website in.

11 maart 2022

Hoge Raad: medewerking aan DNA-test om biologisch vaderschap vast te stellen in beginsel verplicht

Het belang van een kind om te weten van wie het afstamt, prevaleert in beginsel boven het belang van de vermoedelijke biologische vader om de afstamming geheim te houden en om niet tegen zijn wil een DNA-test te ondergaan. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan deze belangenafweging tot een andere uitkomst leiden. Dit heeft de Hoge Raad beslist op 11 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:349)

Gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek

Bij Smeulders & Simons Advocaten ben je van harte welkom voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek. Heb je een juridisch probleem of twijfel je of je juridische bijstand nodig hebt, neem dan gerust contact met ons op!