Terug naar hoofdinhoud

Ruzie over de vaccinatie(s) van je kind, hoe pak je dat aan?

Kinderen worden regelmatig opgeroepen voor een vaccinatie. Denk bijvoorbeeld de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie, de BMR-prik en de vaccinatie tegen HPV (veroorzaker van baarmoederhalskanker) die aangeboden worden in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Inmiddels kun je je kinderen tussen 5 en 17 jaar oud ook laten inenten tegen COVID-19. Maar wat als jij en je ex-partner van mening verschillen over deze vaccinatie(s)? Hoe ga je daarmee om? Wie bepaalt of je kind zich mag laten vaccineren? En heeft je kind daar zelf nog iets over te zeggen?

Het wel of niet laten vaccineren van kinderen is een actueel onderwerp, mede door de Corona-pandemie. In deze blog leg ik uit hoe het zit, afhankelijk van de leeftijd van je kind.

Jonger dan 12 jaar

Voor het vaccineren van kinderen jonger dan 12 jaar, is op grond van artikel 7:450 BW toestemming van beide ouders nodig. Dit is slechts anders wanneer een van beide ouders alleen het gezag over het kind alleen uitoefent. Ook wanneer het kind zelf nadrukkelijk aangeeft wél gevaccineerd te willen worden, is het niet toegestaan de vaccinatie te geven als één van de gezaghebbende ouders niet akkoord gaat.

In sommige gevallen kan de arts een beroep doen op de algemene uitzondering van goed hulpverlenerschap, welke uitzondering de arts ruimte biedt om ondanks het ontbreken van volledige toestemming toch te handelen. Dit geldt echter alleen als de arts door de vaccinatie te weigeren niet de hulp van een goed hulpverlener zou betrachten en als het dus medisch onverantwoord is om de vaccinatie niet te geven. Dit is een uitzonderlijke situatie die zéér weinig voorkomt.

Wat kun je als ouder doen als de andere ouder zijn of haar toestemming voor een vaccinatie weigert? Dan kun je op grond van artikel 1:253a BW de rechter verzoeken om vervangende toestemming te verlenen tot het geven van de vaccinatie. Wil je weten of jouw verzoek kans van slagen heeft, neem gerust contact met ons op zodat we de situatie kunnen bespreken.

12 tot en met 15 jaar oud

Is je kind tussen de 12 en 15 jaar oud, dan dienen zowel het kind als de gezaghebbende ouder(s) toestemming te geven voor de vaccinatie. Als het zo is dat je kind zich graag wil laten vaccineren maar dat een (van de) ouder(s) geen toestemming geeft (geven), dan kan je kind op grond van artikel 7:450 lid 2 BW alsnog gevaccineerd worden:

  • Indien vaccinatie nodig is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen; of
  • Indien het kind zelf de vaccinatie weloverwogen blijft wensen, ondanks dat zijn ouder(s) toestemming weigert (weigeren).

Het is dus mogelijk om je kind te laten vaccineren met beperkte toestemming. Wanneer je kind heel bewust ervoor kiest om zich wél te laten vaccineren, is vaccinatie mogelijk. Ook al is één of zijn beide ouders het hier mee oneens. 

16 of 17 jaar oud

Is je kind 16 of 17 jaar oud, dan mag je kind volledig zelf beslissen of hij of zij zich wil laten vaccineren. Kinderen van deze leeftijd mogen op grond van artikel 7:447 BW namelijk zelf een medische behandelovereenkomst sluiten. Dit geldt dus ook voor alle vaccinaties, waaronder het COVID-19-vaccin. Het is echter wel belangrijk om met je kind het gesprek gaan te gaan en na te gaan of hij of zij weet wat het vaccineren inhoudt. Je bent er als ouder namelijk wel verantwoordelijk voor dat je (nog altijd minderjarige) kind een weloverwogen keuze gaat maken.

Heb je vragen? Of wil je jouw situatie aan ons voorleggen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op via 0162-700526 of vul het contactformulier op onze website in.